Catalogue Search | MBRL
Search Results Heading
Explore the vast range of titles available.
MBRLSearchResults
-
DisciplineDiscipline
-
Is Peer ReviewedIs Peer Reviewed
-
Item TypeItem Type
-
SubjectSubject
-
YearFrom:-To:
-
More FiltersMore FiltersSourceLanguage
Done
Filters
Reset
5
result(s) for
"Nooter, Ronald I."
Sort by:
Insight into bladder cancer care: study protocol of a large nationwide prospective cohort study (BlaZIB)
by
Ripping, T. M.
,
Kiemeney, L. A.
,
Witjes, J. A.
in
Analysis
,
Biomedical and Life Sciences
,
Biomedicine
2020
Background
Despite the embedding of bladder cancer management in European guidelines, large variation in clinical practice exists for applied diagnostics and treatments. This variation may affect patients’ outcomes including complications, disease recurrence, progression, survival, and health-related quality of life (HRQL). Lack of detailed clinical data and HRQL data hampers a comprehensive evaluation of bladder cancer care. Through prospective data registration, this study aims to provide insight in bladder cancer care in the Netherlands and to identify barriers and modulators of optimal bladder cancer care.
Methods
This study is a nationwide prospective cohort study including all patients who were newly diagnosed with high-risk non-muscle invasive bladder cancer (HR-NMIBC; Tis and/or T1, N0, M0/x) or non-metastatic muscle invasive bladder cancer (MIBC; ≥T2, N0/x-3, M0/x) in the Netherlands between November 1st 2017 and October 31st 2019. Extensive data on patient- and tumor characteristics, diagnostics, treatment and follow-up up to 2 years after diagnosis will be collected prospectively from electronic health records in the participating hospitals by data managers of the Netherlands Cancer Registry (NCR). Additionally, patients will be requested to participate in a HRQL survey shortly after diagnosis and subsequently at 6, 12 and 24 months. The HRQL survey includes six standardized questionnaires, e.g. SCQ Comorbidity score, EQ-5D-5 L, EORTC-QLQ-C30, EORTC-QLQ-BLM30, EORTC-QLQ-NMIBC24 and BCI. Variation in care and deviation from the European guidelines will be assessed through descriptive analyses and multivariable multilevel analyses. Survival analyses will be used to assess the association between variation in care and relevant outcomes such as survival.
Discussion
The results of this observational study will guide modifications of clinical practice and/or adaptation of guidelines and may set the agenda for new specific research questions in the management of bladder cancer.
Trial registration
Retrospectively registered in the Netherlands Trial Register. Trial identification number:
NL8106
. Registered on October 22nd 2019.
Journal Article
Case report. Resurfacing van de glans penis bij therapieresistente lichen sclerosus: een weinig bekende therapeutische optie
by
Bosch, J. L. H. Ruud
,
Nooter, Ronald I.
,
Van Lingen, Anna M.
in
Case Report
,
Case reports
,
Condoms
2023
Samenvatting
Lichen sclerosus kan leiden tot ernstige fibrose van voorhuid, glans penis en urethra. We beschrijven een patiënt met pijnlijke coïtus en met meatusstenose en urethrastrictuur door de lichen, waarvoor herhaalde, pijnlijke dilataties zijn verricht. Topicale medicatie was niet succesvol. Vanwege het invaliderende karakter van de aandoening koos patiënt voor chirurgische behandeling. De operatietechniek wordt getoond en het resultaat wordt beschreven. Resectie van de aangedane huid van de glans en corona werd gevolgd door een split-skingraft. De urethrale fibrose werd gereseceerd en gesubstitueerd met wangslijmvlies; vervolgens werd de penoscrotale fusie met behulp van een Z‑plastiek opgeheven. Na 23 maanden is patiënt nog steeds tevreden. Dit is, voor zover bekend, de eerste beschrijving van de combinatie van de fossa naviculare stenose en een uitgebreide resurfacing van de glans penis. Het bestaan van deze operatieve opties brengen we graag onder de aandacht.
Journal Article
Middellangetermijnoverleving na open versus robotgeassisteerde radicale cystectomie in Nederland: resultaten van de ‘SNAPSHOT’ cystectomie
by
Ausems, Peter J.
,
van der Schoot, Deric K. E.
,
Hinsenveld, Florentien J.
in
Artikel
,
Medicine
,
Medicine & Public Health
2023
Samenvatting
Er is onvoldoende bekend over de middellangetermijnoverleving van niet-gemetastaseerd spierinvasieve blaaskanker (SIBC) na open (ORC) versus robotgeassisteerde (RARC) cystectomie, met of zonder neoadjuvante chemotherapie (NAC). Om de vijfjaarsoverleving na beide interventies en de invloed van NAC te onderzoeken, is een retrospectieve studie verricht in 19 Nederlandse ziekenhuizen tussen 2012 en 2015. Van de totaal 1.534 cT1-4N0-1-patiënten ondergingen 1.086 patiënten een ORC en 389 een RARC. De vijfjaarsoverleving was 51% na ORC (95%-BI 47–53) versus 58% na RARC (95%-BI 52–63); de hazard ratio na multivariabele correctie was 1,00 (95%-BI 0,84–1,20). 226 van de 965 cT2-4aN0-patiënten werden behandeld met NAC. Na case-control matching bleek (y)pT0 vaker voor te komen na NAC dan zonder NAC (31 vs. 15%;
p
< 0,01). De beste vijfjaarsoverleving trad op bij patiënten met ypT0 na NAC, namelijk 89% (95%-BI 81–97). Concluderend laat deze deze studie bij patiënten met SIBC vergelijkbare vijfjaarsoverleving zien na ORC of na RARC. De beste overleving was bij patiënten die waren behandeld met NAC voorafgaand aan cystectomie.
Journal Article
Langetermijnfollow-up en succespercentage van de urethraplastiek
by
Wesselman van Helmond, Pauline C.
,
Nooter, Ronald I.
,
van Lingen, Anna V.
in
Artikel
,
Diabetes
,
Health risks
2019
Samenvatting
De urethraplastiek is de aangewezen behandeling voor langere of recidiverende urethrastricturen. In deze retrospectieve studie werd het succespercentage van 81 urethraplastieken middels excisie en primaire anastomose (EPA) of graftplastiek geanalyseerd, met follow-up van minstens drie maanden. Falen van de plastiek werd gedefinieerd als recidief waarvoor enige vorm van interventie volgde. Met een telefonische enquête en vragenlijst werden de tevredenheid en langetermijncomplicaties geëvalueerd. Het overall succes was 79 %. Voor EPA’s en graftplastieken was de ingreep succesvol bij 91,7 % en 72,5 % van de patiënten. Korte bulbaire stricturen kwamen het meest voor. Bij 58,8 % van de recidieven waren voorafgaand meerdere ingrepen verricht voor een urethrastrictuur. Erectiele disfunctie
de novo
kwam voor bij 22,8 %. Postoperatief bemerkte 14 % verkorting van de penis en 6 % kromstand.
De conclusie is dat het succespercentage van EPA’s hoger is dan van graftplastieken. Meerdere voorafgaande instrumentaties voor strictuurbehandeling is mogelijk een risicofactor voor recidief. Erectiele disfunctie lijkt een veel voorkomende complicatie.
Journal Article
Middellangetermijnoverleving na open versus robotgeassisteerde radicale cystectomie in Nederland: resultaten van de ‘SNAPSHOT’ cystectomie
by
Ausems, Peter J.
,
van der Schoot, Deric K. E.
,
Hinsenveld, Florentien J.
in
Body mass index
,
Chemotherapy
,
Comorbidity
2023
Er is onvoldoende bekend over de middellangetermijnoverleving van niet-gemetastaseerd spierinvasieve blaaskanker (SIBC) na open (ORC) versus robotgeassisteerde (RARC) cystectomie, met of zonder neoadjuvante chemotherapie (NAC). Om de vijfjaarsoverleving na beide interventies en de invloed van NAC te onderzoeken, is een retrospectieve studie verricht in 19 Nederlandse ziekenhuizen tussen 2012 en 2015. Van de totaal 1.534 cT1-4N0-1-patiënten ondergingen 1.086 patiënten een ORC en 389 een RARC. De vijfjaarsoverleving was 51% na ORC (95%-BI 47–53) versus 58% na RARC (95%-BI 52–63); de hazard ratio na multivariabele correctie was 1,00 (95%-BI 0,84–1,20). 226 van de 965 cT2-4aN0-patiënten werden behandeld met NAC. Na case-control matching bleek (y)pT0 vaker voor te komen na NAC dan zonder NAC (31 vs. 15%; p < 0,01). De beste vijfjaarsoverleving trad op bij patiënten met ypT0 na NAC, namelijk 89% (95%-BI 81–97). Concluderend laat deze deze studie bij patiënten met SIBC vergelijkbare vijfjaarsoverleving zien na ORC of na RARC. De beste overleving was bij patiënten die waren behandeld met NAC voorafgaand aan cystectomie. There is insufficient knowledge on intermediate-term survival of non-metastatic muscle-invasive bladder cancer (MIBC) after open (ORC) versus robot-assisted (RARC) cystectomy, with or without neo-adjuvant chemotherapy (NAC). This retrospective study was performed in 19 Dutch hospitals between 2012 and 2015 to assess the five-year survival after both interventions and the influence of NAC. Out of 1,534 cT1-4N0-1-patients, 1,086 patients were treated with ORC and 389 with RARC. The 5‑year survival rate after ORC was 51% (95% CI 47–53) versus 58% after RARC (95% CI 52–63), hazard ratio 1.00 (95% CI 0.84–1.20) after multivariable analysis. 226 of 965 cT2-4aN0 patients were treated with NAC. More patients had ypT0 after NAC than after no NAC (31% vs 15%; p < 0.01). The best five-year survival was in patients with ypT0 after NAC (89%; 95% CI 81–97). This study shows similar five-year survival of MIBC patients treated with ORC or RARC and shows that the best survival was after NAC.
Journal Article